
Zaaien en kweken van tomaten
De tomaat is heerlijk fris en veelzijdig. Ze passen perfect in soepen, sauzen, salades en op een broodje. Deze kleurrijke smaakbommen zijn heel goed zelf te kweken. Bovendien smaken zelf gekweekte tomaten véél beter dan de tomaten uit de supermarkt. Enne...tomaten zijn niet altijd rood! Ze zijn er in allerlei soorten, kleuren en maten. Maar, hoe kweek je ze eigenlijk? Hier kun je lezen hoe je dat kunt doen:



Dit heb je nodig:
- Tomatenzaden. (op onze website vind je zaden van allerlei tomaten variëteiten.)
- Een vensterbankkweekkas met verwarming of een elektrische propagator
- Zaai- en Stekgrond
- Eventueel vermiculiet als dat nog niet in de zaaigrond verwerkt is
- Een plantenspuit
- Een verwarmingsmatje wanneer jouw kweekkas of propagator geen verwarming heeft
- Verspeenpen
- Steeketiketten en een marker. Voor als je meerdere varianten gaat zaaien.
- Eventueel een tomaten kweektoren• Kweekpotjes 8cm (eventueel met transporttray)
- Plantenclips of bindtouw om de stelen te ondersteunen aan de plantenstok of het net.
- Jute net
- Tomatenmest
Dit alles kun je samen met de zaden naar keuze bij ons op de website bestellen. Lekker makkelijk!
Tomaten voorzaaien
Vanaf half maart kun je tomaten gaan voorzaaien. Begin je eerder dan staan de planten te lang binnen en zijn ze later vatbaarder voor ziektes. Voorzaaien gaat het beste doen in een propagator met verwarming of verwarmde kas. Vul de zaaitray tot net onder de rand met zaai- en stekgrond (eventueel gemengd met vermiculiet ) en verdeel de zaadjes in rijtjes op de grond. Dan druk je ze voorzichtig een beetje aan en strooi je de zaaitray af met een heel dun laagje losse grond of vermiculiet. Nu niet meer aandrukken. Zaai je verschillende varianten, dan is het handig om er nu bij ieder soort een steeketiket met de naam te zetten. Dan spuit je de grond vochtig en doe je de kap erop.
Voor een goede kiem is het belangrijk dat de bodemtemperatuur niet erg schommelt. Het kiemen mislukt vaak wanneer de dag en nacht temperatuur teveel verschilt. Om dat te voorkomen gebruik je, wanneer je in huis zaait, een verwarmingsmatje of een elektrische propagator. Daarmee zorg je dat de bodemtemperatuur constant zo’n 20 °C is. Zorg er wel voor dat de grond vochtig blijft. (niet kletsnat) Na ongeveer een week zie je de eerste kiemplantjes al opkomen.

Verzorging
Wanneer de zaden zijn gekiemd mag de verwarming uit en de kap eraf. Zet de propagator op een koelere plaats waar veel daglicht komt maar zet hem niet in de zon. Laat ze niet in de warme woonkamer staan maar zet ze bijvoorbeeld in een slaapkamer zonder verwarming. Als het er maar niet onder 10°C is. Het is heel belangrijk dat ze koeler komen te staan omdat je zo kunt voorkomen dat ze doorschieten. Doorschieten wil zeggen dat ze te snel groeien en dan hele dunne, slappe steeltjes krijgen. Vanaf nu kun je ook voorzichtig met een gietertje water geven. Geef nog steeds niet zoveel water. Zorg ervoor dat de grond licht vochtig is.
Verspenen en opkweken van tomatenplantjes
Om de jonge planten te kunnen opkweken tot sterke planten hebben ze ruimte nodig om te kunnen groeien. Die ruimte hebben ze niet alleen boven de grond nodig, maar ook onder de grond. Daarom ga je ze verplanten naar grotere potjes. Dat heet verspenen. Maar wanneer mag dat eigenlijk? Na circa twee weken krijgen de kiemplantjes hun echte blaadjes. Deze ‘echte’ blaadjes ontwikkelen zich ná de kiemblaadjes die ze hebben wanneer ze boven de grond komen. Als je die ‘echte’ blaadjes aan de plantjes ziet, kun je ze gaan verplanten naar kweekpotjes. Gebruik nu goed doorlatende, voedzame potgrond.

Afharden van tomatenplanten
Ongeveer 3-4 weken na het verspenen, als de plantjes ongeveer 20 cm groot zijn, kun je de planten gaan afharden. Dat doe je wanneer je buiten in bijvoorbeeld een tunnelkas wilt gaan kweken. Dan ga je de plantjes buiten op een beschutte plaats laten wennen aan het buiten zijn. Zet ze alleen met lekker weer naar buiten en zet ze niet in de volle zon of regen. Half schaduw is het beste omdat dan de tere blaadjes niet verbranden. Begin eerst met een paar uurtjes en bouw dat langzaam op. Haal ze tegen het einde van de middag weer naar binnen want het is in de avond en s’ nachts nog te koud voor ze. Dit doe je ongeveer een dag of 10 -12.
Wil je kweken in een kas of een serre? Dan kun je de planten direct uitplanten in de kas, een grote pot (van minimaal 11 liter) of de kweektoren. Dan hoef je de plantjes niet eerst af te harden.

Tomatenplanten uitplanten
Voor buiten geldt: Als de planten de hele dag naar buiten kunnen, zijn ze goed gegroeid (ca. 25-30 cm groot) en afgehard. Je kunt ze na de laatste nachtvorst buiten uitplanten. Zorg er wel voor dat de planten beschermd worden tegen regen door bijvoorbeeld een tunnelkas of afdakje.
Kies in alle situaties voor een beschutte plek in de zon en zorg voor voedzame, goed doorlatende grond en de juiste mest zodat ze lekker door kunnen groeien. Bij uitplanten in rijen hou je een plantafstand aan. De plantafstand hangt af van het type tomaat dat je hebt gekozen. Tomaten die langs bijvoorbeeld een stok groeien, de zogenaamde stamtomaten, zet je zo’n 60 cm uit elkaar. De struiktomaten hebben een plantafstand van zo’n 70-75 cm nodig.
Bestuiving van tomaten
Tomaten zijn zelf bestuivend. Maar dat wil niet zeggen dat ze de hulp van de wind of insecten niet nodig hebben. Om ervoor te zorgen dat het stuifmeel op de stamper komt, heeft de bloem de beweging van de insecten of de wind nodig. Kweek je in een kas of serre waar het niet waait of waar onze nuttige vriendjes niet kunnen komen, dan zul je de natuur zelf een handje moeten helpen. Dat kun je doen door een paar keer per week tegen de stam of stok te tikken of met een kleine ventilator de wind na te boosten. Hierdoor laat het stuifmeel los en valt het op de stamper. Dit kun je het beste s ’middags doen want dan zijn de meeste bloemen open.

Opbinden, dieven en toppen van Stamtomaten
Anders dan bij struiktomaten, moet je stamtomaten tijdens de groei goed ondersteunen. Bind tijdens de groei de 'hoofdstam' van de plant steeds om de 20-30 cm aan een lange stevige stok van zo'n 250 cm of langs een net met grote mazen. Let er op dat je niet te strak bindt want de hoofdstam wordt steeds dikker en je wilt niet dat de sapstroom wordt afgekneld!
Stamtomaten ontwikkelen tussen de steel en het blad ( in de bladoksel ) regelmatig uitlopers. Die uitlopers heten ‘diefjes’ en die diefjes stelen energie van de plant. De diefjes moet je steeds weghalen omdat de plant de energie nodig heeft voor de vruchtgroei. Doe dit het liefst bij droog weer zodat het wondje snel droogt. Zo verklein je de kans op schimmels.
Als er drie á vier bloemtrossen aan de plant zitten, haal je de top uit de plant zodat alle 'kracht' naar de vruchten gaat.

Watergeven en het grotendeels voorkomen van schimmelziektes
Je hoort nog wel eens dat tomatenplanten last van schimmelziektes krijgen. Dat kan grotendeels voorkomen worden door op de juiste manier water te geven en als je in de kas kweekt goed te ventileren. Om ziektes te voorkomen kun je tomatenplanten het beste op de grond rond de steel water geven. Geef regelmatig water en zorg ervoor dat je niet over het blad sproeit. Nat blad in combinatie van warm weer is vaak één van de grootste oorzaken van schimmels. Je kunt voor de zekerheid het onderste blad van de plant weghalen, zo heb je gelijk ook een betere luchtcirculatie. Zie je nou toch aangetast blad? Verwijder het dan meteen.
Oogsten van tomaten
Oogsten is natuurlijk het leukste deel van kweken! Als alles goed is gegaan kun je genieten van je zelf gekweekte tomaten. Maar hoe weet je nou wanneer je kunt plukken? Gelukkig is dat bij tomaten niet zo moeilijk in te schatten. Ze zijn het lekkerste wanneer je ze aan de plant laat rijpen en ze helemaal op kleur zijn. En dat bereik je door ervoor te zorgen dat de zon haar werk kan doen. Daar kun jij bij helpen door het blad dat over de tomaten hangt weg te halen. Zo kunnen de vruchten goed rijpen. Ga nou niet de plant helemaal kaal knippen, maar haal hier en daar het blad dat de zon afschermt weg. Je wil natuurlijk niet dat de plant dood gaat…
