Zet de taal op Nederlands Zet de taal op Duits

(Teelt-)tips pompoenen

Algemeen

Pompoenen komen oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika. Er zijn al zaden gevonden van 7000 tot 5500 voor Christus. Volgens Annals-of-Botany dateren de eerste afbeeldingen van pompoenen uit 1503, nadat in 1492 Amerika ontdekt was. Verwijzingen naar pompoenen in de literatuur gaan vele eeuwen terug. De naam pompoen komt oorspronkelijk van het Griekse woord ‘Pepon’ wat ‘grote meloen’ betekent. ‘Pepon’ is later weer door de Fransen veranderd in ‘Pompon’, de Engelsen veranderde de naam ‘Pompon’ weer in ‘Pumpion’. Uiteindelijk veranderden Amerikaanse kolonisten deze naam in ‘Pumpkin’, wat bij ons ‘Pompoen’ is. Pompoenen behoren tot de familie van de komkommerachtigen oftewel Cucurbitaceën. Hieronder vallen een groot aantal soorten en geslachten.

Voor de teelt van eetbare pompoenen in Nederland is vooral het geslacht Cucurbita van belang. De vruchten van pompoenen variëren enorm qua kleur, vorm en grootte. In plaats van pompoen wordt ook wel de naam (sier)kalebas gebruikt. De meeste geteelde rassen in West-Europa behoren tot de twee soorten:

  • Cucurbita maxima(reuzenpompoen) en
  • Cucurbita pepo(courgette, patisson en spaghettipompoen)

De naam reuzenpompoen is daarbij nogal verwarrend omdat er ook C. maxima rassen zijn met kleine vruchten. Beide genoemde soorten zijn niet met elkaar kruisbaar. Een derde soort, de C. moschata, waarvan vooral de butternut bekend is, is iets meer warmteminnend en past daarom wat minder goed bij ons klimaat.

Gebruik van pompoen

Eetbare pompoenen

Er zijn steeds meer mensen die pompoenen waarderen als een smakelijk en gezonde groente. De toepassingsmogelijkheden zijn zeer divers en op internet zijn diverse recepten te vinden. Het vruchtvlees kan in zoete of zoute gerechten gebruikt worden. De bloemen kunnen net als courgettebloemen gegeten worden. Het meest populair in Nederland zijn oranje pompoenen met een vruchtgrootte van ca. 1,0 tot 1,5 kg, behorend tot de soort C.maxima. Oranje rassen met (zeer) grote vruchten zijn over het algemeen flauw van smaak. De kleur heeft overigens geen enkele invloed op de smaak. Er zijn namelijk ook diverse groene en grijze rassen die een uitstekende smaak hebben. Al geldt hier natuurlijk dat “smaken verschillen”.

Sierpompoenen

Veel pompoenen worden ook gebruikt als siervrucht. Er zijn talloze typen, variërend in vorm, maat en kleur. De bekendste zijn wel de pompoenen die gebruikt worden bij Halloween op 31 oktober. De eetkwaliteit van sierpompoenen is over het algemeen zeer matig tot slecht.

Eetbare zaden en pompoenolie

De pompoenen die worden geteeld voor het zaad, om daaruit olie te winnen worden op grote schaal gebruikt in Oostenrijk en Oost- Europa. Daarvoor worden speciale rassen met naakte zaden (zonder zaadhuid) gebruikt. Dezelfde zaden kunnen ook worden gegeten, al dan niet in geroosterde vorm. Wil je zelf pompoenpitten roosteren?

Spreid verse pitten over een bakplaat, bestrooi ze licht met zout en bak ze twintig minuten op 190 C.

Courgette en patisson

Het betreft overwegend snelgroeiende types, waarbij de vuchten in een jong stadium gegeten moeten worden. Oudere courgette vuchten kunnen eventueel nog gebruikt worden voor de soep en uitgerijpte patisson vruchten zijn redelijk te bewaren en kunnen dan voor sier gebruikt worden.

Markt en afzet

De afzet van eetbare pompoenen neemt nog elk jaar toe,in Nederland en de omringende landen. In Nederland betreft het voornamelijk biologisch geteelde vruchten met een sterke voorkeur voor oranje. De houdbaarheid van verschillende oranje rassen is onvoldoende om de EU markt ook in de winter in voldoende mate met lokaal geteeld product te kunnen voorzien. Daarom vind er vanaf januari veel import plaats.

Voorzaaien

De kieming van de zaden verloopt alleen goed als de temperatuur minimaal 18 graden is. Bij lagere temperaturen verloopt de kieming zeer traag en daardoor is het risico dat een deel van de zaden verrot aanzienlijk groter. De optimale kiemtemperatuur ligt tussen 20 en 25 graden, waarbij het niet erg is, wanneer de nachttemperaturen beduidend lager zijn. Dit voorzaaien kan het beste in 8 á 10 cm potten geschieden. Gaat het om grotere hoeveelheden planten dan kan men ook tray’s of perspotten gebruiken, waarbij echter het moment van uitplanten wel veel kritischer wordt. Voorzaaien in de grond (kas of tunnel) en vervolgens in een later stadium verplanten, raden wij in verband met groeistagnatie af. Bij voorzaaien in kas of tunnel moet u zeer alert zijn op muizen. Pompoen is warmte minnend - de groei, opbrengst en kwaliteit is het beste wanneer de dagen warm en zonnig zijn.

Ter plaatse uitzaaien

Verreweg de meeste professionele telers zaaien alle zaden ter plekke. Meestal wordt gekozen voor de periode 15-25 mei mits de weersomstandigheden gunstig zijn. Omdat de planten zeer vorstgevoelig zijn is vroeger zaaien nogal risicovol. De weersomstandigheden zijn cruciaal voor het zaaimoment en daarbij gaat het ook weer om de bodemtemperatuur. Bij zonnig weer kan ‘s middags de bodemtemperatuur in de toplaag van de grond gemakkelijk oplopen tot zo’n 30 graden terwijl de normale buitentemperatuur maar 16 á 17 graden bedraagt. Maar is het voortdurend regenachtig dan moet de buitentemperatuur overdag toch wel minimaal 20 graden zijn. Meestal wordt een zaaidiepte van 4 á 5 cm aangehouden, waarbij de zaden wel in contact met voldoende vocht moeten kunnen komen.

Bestuiving

Pompoenen dragen zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan dezelfde plant. Bestuiving van de vrouwelijke bloemen is noodzakelijk om vruchtzetting te verkrijgen. Het zijn in principe kruisbestuivers. Op zich is dat geen enkel probleem omdat de bloemen uitermate aantrekkelijk zijn voor o.a. bijen, hommels en wespen. Dit hangt samen met de aanwezigheid van een relatief grote hoeveelheid honing per bloem. De vrouwelijke bloemen zijn te herkennen aan een klein vruchtje (wat bij de mannelijke bloemen volledig ontbreekt) en een dun steeltje. De meeste planten dragen wel meer dan 10 vrouwelijke bloemen en uiteindelijk komen er toch maar een paar vruchten aan. Dit komt door het spontaan aborteren van de vruchtjes in een jong stadium. Onvoldoende bestuiving komt zelden voor.

Groeiomstandigheden en ziekten en plagen

De meeste pompoenen in Nederland worden biologisch geteeld. Dat gaat ook prima, omdat de gevoeligheid voor ziekten en plagen over het algemeen gering is. In de zomer ziet men wel vaak veel zwarte luizen op de onderkant van de bladeren zitten, maar de schade/groeistagnatie is meestal gering.

Ook meeldauw is een ziekte die altijd massaal optreedt in de periode eind augustus en september. Maar ook de schade daarvan is beperkt, omdat er in die periode nog maar weinig extra groei is.

Pompoenen kunnen op allerlei grondsoorten geteeld worden, maar geteeld op kleigrond is de bewaarbaarheid van de vruchten over het algemeen wat beter.

De planten hebben een enorm wortelgestel en veel wortels zijn vaak langer dan 2 meter. Omdat een belangrijk deel van de wortels in de bovenste 10 cm van de grond zitten is het belangrijk om niet te diep schoffelen. Dankzij het uitgebreide wortelgestel hebben de planten meestal weinig last van droogte.

Bemesting

Pompoenen houden van een voedzame, goed bemeste grond c.q sterk met compost verrijkte grond. Sommige mensen telen ze op composthopen. Dit gaat prima mits er niet te veel schaduw van bomen is.

Oogsten / bewaren

Het oogsttijdstip is belangrijk voor de bewaarbaarheid van de pompoenen. Te vroeg oogsten, maar zeker ook te laat oogsten vermindert de bewaarbaarheid. Maatgevend om te gaan oogsten is dat de meeste steeltjes van de vruchten goed verkurkt zijn. Onrijp geoogste vruchten hebben bovendien geen goede smaak. Tijdens het oogsten is het belangrijk dat de pompoenen zo weinig mogelijk beschadigd worden, om zo invalspoorten voor ziekten te voorkomen. Bij het afsnijden van de pompoenen is het aan te raden dat de steeltjes tussen de 2 en 6 cm lang zijn, dit om te voorkomen dat deze afbreken tijdens transport of bewaring. Als de steel afgebroken is, wordt de kans aanmerkelijk groter dat op deze plaats vroegtijdig rot optreedt. Je zou kunnen zeggen dat de steel de kurk op het vruchtvlees is.

Bij het bewaren moeten de volgende zaken in acht genomen worden:

  1. Muizen en ratten zijn dol op pompoenen. Tref preventieve maatregelen.
  2. Bij langere bewaring beneden de 8 graden treedt koudeschade op en vervolgens gaan de vruchten rotten. Als incidenteel de temperatuur wat lager is, levert dat meestal geen schade op.
  3. Bij vochtige bewaring zullen sneller schimmels als Fusarium optreden. De vruchten produceren relatief veel ethyleen en dat is ook ongunstig voor de levensduur. Regelmatig wat ventileren is de oplossing.

Geniet van uw oogst!